De Iris wordt in 1916 te water gelaten en is gebouwd in opdracht van rederij Nereus in Vlaardingen. Ze heet dan nog Pallas. Als haringlogger maakt ze dat jaar vijf reizen naar het noorden, de omgeving van de Shetlandeilanden, om maar liefst 1683 kantjes haring aan de markt te brengen. Zeilloggers behoren tot de snelste en mooiste zeilschepen van de vloot en zijn zeer zeewaardig. De Pallas blijft tien jaar in de vaart als haringlogger. Ze iseen gelukkig schip dat in de oorlog, maar ook erna, geen averij oploopt.
Na 1920 is het zeilend vissen op haring niet meer rendabel. De Pallas wordt verkocht. In Zweden wordt ze verbouwd tot vrachtschip en vaart meer dan 40 jaar als kustvaarder in de Oostzee en de Botnische Golf onder de naam Aage. Haar thuishaven is Svendborg. Later wordt het schip weer verkocht en voorzien van een nieuwe motor.
In 1975 komt de logger terug naar Nederland en wordt opnieuw gerestaureerd. Ze heet nu 'Geesje van Urk' en wordt gebruikt voor zeil- en managementtrainingen. Het schip wordt door de eigenaren bewoond. In 1991-1992 wordt de accommodatie van het schip opnieuw aangepast aan de nieuwe tijd en wordt het bovendien hertuigd. Het schip blijft daarmee volledig aangepast aan de eisen voor wereldwijde vaart.
In 2001 wordt het schip aangekocht door Zeillogger Iris CV. Onder leiding van mede-eigenaar Ben Bos vaart de Iris tussen Nederland, Frankrijk en Engeland en langs de Ierse kust. Thuishaven van het schip is nu de Rotterdamse Veerhaven geworden (www.veerhavenrotterdam.nl.)